Verslag Science of Aphasia Conferentie 2018 te Venetië

Christine Versluis heeft in september de Science of Aphasia (SoA) Conferentie te Venetië bezocht en doet enthousiast verslag voor AfasieNet.

Introductie

Van 18 t/m 22 september was ik in Venetië dankzij een reisbeurs van de SAN (Stichting Afasie Nederland). Gewapend met een poster over mijn onderzoek en mijn iPhone om een reportage te maken voor AfasieNet, bezocht ik de 19e editie van de Science of Aphasia conferentie (SoA). Hieronder volgt mijn verslag van een leerzame, vrolijke en inspirerende week. Lees hieronder verder voor een samenvatting van sleutelpresentaties, beluister interviews met onder meer Roel Jonkers, Gloria Olnessen, Suzanne Beeke en bekijk foto’s van het evenement, inclusief die van een prachtige therapeutische tuin bij de congreslocatie, het Ospedale San Camillo op het stadseiland Lido di Venezia.

SoA is oorspronkelijk opgezet om jonge onderzoekers in contact te brengen met toonaangevende wetenschappers op het gebied van afasie. Het thema van dit jaar was ‘Action and Interaction,’ wat niet alleen afasiologen aantrok, maar ook wetenschappers die belangstelling hebben voor de neurocognitieve processen van actie, beweging en gebaren. Er werd over afasie gesproken maar ook over taalstoornissen die gepaard gaan met ALS, Parkinson of dementie. Verschillende presentaties lieten zien hoe zeer verspreid over het brein de talige processen plaatsvinden en hoe algemene cognitieve principes er aan ten grondslag liggen. Die brede blik verenigde wetenschappers uit verschillende onderzoeksvelden en zichtbaar was hoe verschillend die eigenlijk zijn. Experimentele onderzoekers zijn snelle en logische denkers met methode als drijvende kracht van hun onderzoek. Ze delen hun lab resultaten uptempo in functionele termen. Empirische onderzoekers, die zich bezighouden met opnames van natuurlijke gesprekken, spreken bedachtzamer en zijn gericht op interpretatie en op het stellen van vragen. Een interessante middengroep zijn de Conversatie Analisten die zich uitdrukkelijk niet met een ‘waarom’-vraag bezighouden, maar natuurlijke gesprekken heel methodisch in kaart brengen en resultaten aan concrete therapeutische toepassingen koppelen.

Wat mij meteen opviel was de informele sfeer van dit kleine congres met zijn diverse publiek. Er werd bij aanvang op persoonlijke wijze stil gestaan bij het leven van collega’s die onlangs waren overleden: Ana Basso, Peter Mariën, Richard Wise, Jerry Fodor.

Het sociale programma, met een bijzondere expeditie naar het Kloostereiland San Lazzaro Degli Armeni en het aansluitende diner werden massaal bezocht en sommigen hadden hun partner meegebracht als die in een aangrenzend wetenschapsdomein actief was.

Luister hier naar het verhaal van Pauline Cuperus:

Kazuki Sekine uit Japan doet in Tilburg gebarenonderzoek onder meer samen met Karin van Nispen.

Luister hier naar zijn verhaal.

Willemijn Doedens is NL-PhD student in Reading. Check deze geweldige video: https://www.youtube.com/watch?v=7YesMSG9izE

Sleutelpresentaties

Hieronder volgt een globale samenvatting van de keynote presentaties, thematisch verdeeld in ‘Actie’ ‘Interactie’ en ‘Anders.’

Vind hier open access tot het volledige ‘book of abstracts’ van SoA 2018.

Actie

Een belangrijk deel van het congresthema ‘Action and Interaction’ wordt ingevuld door een kritisch onderzoek van het begrip ‘embodied cognition’: de gedachte dat zintuigelijke informatie bepalend is voor de manier waarop (talige) kennis in het brein is gerepresenteerd. De embodied cognition these gaat terug op het klassiek filosofische vraagstuk van het dualisme van geest en wereld: hoe verhouden onze mentale concepten van gebeurtenissen, dieren en dingen en ook de talige representatie daarvan, zich tot de fysieke werkelijkheid die zelf enorm veranderlijk en gevarieerd is? In de cognitiewetenschap draait het bij embodied cognition onder meer om de vraag waar in het brein een samenhang zichtbaar is van conceptuele en sensorische / sensomotorische informatie. Bijvoorbeeld: worden bij het waarnemen van actiewoorden als ‘rennen’ motorische gebieden geactiveerd?

Luciano Fadiga vertelt over spiegelneuronen, die de waargenomen acties van jezelf of van een ander in het brein imiteren en daardoor kunnen sturen. De observatie van het grijpen van een flesje drank activeert de mondspieren zodra je vinger het flesje aanraakt. De visuele en tactiele input van de aanraking selecteert een passend cognitief programma voor het drinken. Een ander experiment toont hoe (non-verbaal) staren – naar elkaar, naar een spiegel, naar een foto – taalgebieden in de hersenen activeert (Cavallo et al. 2015). Staren naar elkaar activeert bovendien gebieden die Theory of Mind (ToM) verwerken: de kennis dat de medemens net als jij een denkend wezen is in wiens perspectief je je kunt verplaatsen.

Ook bij interactie is ‘spiegelen’ aan de orde: deelnemers aan een gesprek nemen elkaars gedrag waar en synchroniseren hun stijl van spreken. Als zij convergeren – dwz in conceptueel opzicht op 1 lijn zitten – is dat ook zichtbaar in de linker frontale hersenhelft. Het gedrag van spiegelneuronen veronderstelt dat we het resultaat van onze eigen en andermans acties van tevoren kennen en anticiperen op de uitkomst. Het gebied van Broca vervult een centrale rol in dit opzicht: niet alleen specifiek bij taal, maar in algemene zin: ook bij muziek en rekenen en bij bijvoorbeeld, dus, staren. Fadiga besluit met de vraag: ‘waarom wordt het gebied van Broca niet alleen geactiveerd bij talige acties maar ook bij het observeren van niet-verbale handelingen? Zijn suggestie: evolutionair gezien is het gebied van Broca een motorisch gebied geweest. Het ontstaan van de behoefte aan interactie tussen mensen, hun experimenteren daarmee en het imiteren, spiegelen en leren anticiperen op interactieve patronen heeft het gebied verder gevormd tot wat het nu is: een domein van complexe syntactische performance dat bruikbaar is bij taalproductie maar ook bij vele andere zaken.

Ook Greig Zubicaray spreekt over de samenhang van taal en motorische en sensorische processen in het brein. Hij kritiseert de populariteit van het concept ‘embodiment’ en vooral de gedachte dat het nieuw zou zijn en nieuwe inzichten zou kunnen opleveren voor onder meer afasietherapie – bijvoorbeeld het mentaal spiegelen van communicatief gedrag. Zubicaray stelt dat een distributie model van taal in het brein – waarbij taalverwerking over verschillende, ook ‘motorische’ gebieden in het brein is georganiseerd – zeker plausibel is maar al door Lichtheim in 1885 werd gepresenteerd. Taalverwerking is een gedistribueerd proces van verschillende neurale gebieden en algemene cognitieve principes. De motor daarvan is een algemeen syntactische (of structurele) verwerking van informatie. Eventuele activering van sensomotorische gebieden bij talige input – bijvoorbeeld een geschreven of gesproken werkwoord – is overigens van ondergeschikt belang: doorslaggevend in het proces van talige verwerking is de statistische regelmaat van orthografische en fonologische kenmerken van het werkwoord. Die kenmerken vormen de patronen waarop het brein anticipeert en die het gebruikt als een cue tot verdere cognitieve verwerking zoals grammaticale categorisering.

Angelika Lignau doet onderzoek naar hoe mensen verschillende soorten acties waarnemen en hoe dat zichtbaar is in de hersenen. Daaruit blijkt dat de waarneming van handelingen overeenkomt met een bepaalde categorisatie – acties die te maken hebben met bijvoorbeeld vrije tijd, communicatie of transport worden op verschillende plaatsen in het brein verwerkt. Bij de waarneming van gebaren – een bijzondere categorie acties die betekenisvol of symbolisch kunnen zijn (emblemen, pantomime) of betekenisloos (begeleidende gebaren) kunnen zijn – is aantoonbaar de middelste temporele gyrus (MTG) actief (zowel links als rechtszijdig). De MTG is ook gevoelig voor de mate van betekenisvolheid van gebaren: het voorste deel van de MTG is actief bij concrete gebaren, het achterste deel bij abstracte gebaren en ook woorden. Het gegeven dat taal arbitrair is, is dus zichtbaar in het brein. Anne-Catherine Bachoud-Levi spreekt later over het striatum als een subcorticale structuur die zowel betrokken is bij motorische en emotionele processen (motivatie, beloning), als ook bij taalverwerking.

Roel Jonkers belicht embodiment vanuit het perspectief van taalstoornissen. Een interessante studie van Damen et al. (2017) laat zien dat mensen met afasie in het algemeen een betere respons hebben op een dynamische presentatie van actie-afbeeldingen (video) dan op een statische presentatie (foto’s). Voor mensen met de ziekte van Alzheimer blijkt dat instrumentaliteit een positieve invloed heeft op het ophalen van werkwoorden (Paris en Weekes 2001; 2006, Sloot en Jonkers 2011). Zeker in het begin van de ziekte, hebben mensen steun van context (het betreffende instrument is ook nog beschikbaar en het werkwoord heeft daarmee een bredere verankering). Dat een werkwoord complex is kan dus juist een voordeel zijn voor mensen met een taalbeperking. Onderzoek naar de verwerking van verschillende typen actiewerkwoorden laat zien dat mensen met PPA over de hele linie problemen ondervinden. Voor hen maakt het niet uit of ze bijvoorbeeld te maken hebben met een werkwoord dat een been-beweging uitdrukt – lopen, wandelen – of een handbeweging – grijpen. Eventuele facilitering van specifieke sensomotrische activering bij het waarnemen van verschillende typen werkwoorden lijkt niet aannemelijk.

Vice decaan, onderzoeker, leraar, mentor, organisator. Zou eigenlijk niet in het fietsenhok horen te worden gefotografeerd.

Luister hier naar Roel Jonkers:

De discussie over de relatie tussen sensoriek of sensomotoriek en cognitieve functies zoals taalverwerking krijgt een mooie afronding in de reflectie van David Caplan op de laatste dag van het congres. Zijn prikkelende visie is aanleiding tot een onvervalst dualistisch debat. Volgens Caplan ‘bevrijden’ concepten ons van zintuigelijke informatie, die vaak misleidend is en niet overeenkomt met de èchte kennis die mensen inmiddels hebben door de wetenschappelijk bestudering van de fysieke werkelijkheid. Als je wilt weten wat water is dan moet je dat aan een natuurkundige vragen!
David Howard geeft niet toe en roept op zeker moment uit: ‘maar het maakt toch helemaal niet uit of ik precies weet wat water is? Ik kan het woord gewoon gebruiken!’ En daar is ook geen speld tussen te krijgen.

Interactie

Dat ‘gewoon gebruik van taal’ eigenlijk weinig te maken heeft met verwijzen naar de fysieke werkelijkheid stelt Gloria Olness aan de orde in haar presentatie From reference to prominence. Prosodic profiles as indicator of prominency in discourse. Zij wijst er op dat mensen taal in eerste plaats gebruiken om hun mening uit te drukken, commentaar te geven en elkaar te overtuigen: evaluatie in plaats van referentie. Door met talige middelen de ‘baseline’ in een conversatie te veranderen, onderstrepen mensen bepaalde delen van de informatie die zij geven. Ze gebruiken bijvoorbeeld een vloek, herhalen woorden of gebruiken frasen als ‘zoiets heb je nog nooit gezien.’ Olness’ huidige onderzoek richt zich op hoe ook prosodische contouren de prominentie van informatie kunnen aangeven en op de vraag hoe die contouren in verhouding staan tot linguïstische elementen die tegelijkertijd gebruikt worden. Olness stelt dat de verzameling middelen die we gebruiken in een gesprek direct volgt uit het discoursegenre dat we vooraf hebben gekozen. Het vertellen van een verhaal veronderstelt een ander instrumentarium dan het rapporteren van misdrijf. Dit onderzoek heeft interessante raakvlakken met de onderzoeksprojecten van Roelant Ossewaarde, Willemijn Doedens en Christine Versluis – alle aanwezig met een posterpresentatie. Roelant bestudeert hoe prosodische contouren een diagnostische indicator kunnen zijn bij primair progressieve afasie. Het promotie-onderzoek van Willemijn Doedens richt zich op het delen van een perspectief in discourse en dat van ondergetekende gaat over hoe contextuele, talige en textuele verwachtingen van genre bepalend zijn voor hoe we elkaars uitingen interpreteren.

Luister hier naar Gloria:

Wendy Best spreekt over het succesvolle Britse project ‘Better conversations with aphasia’ – wij kennen een variant hierop in Sandra Wielaerts’ PACT-trainingen.
Best benadrukt dat communicatieproblemen gedeelde problemen zijn en dat beide conversationele partners verantwoordelijkheid hebben voor de interactie. Samen met onder meer Suzanne Beeke ontwierp zij een trainingsprogramma om bij gesprekspartners bewustzijn te creëren van gedrag dat het gesprek faciliteert – een pen klaarleggen – of juist blokkeert – het stellen van een testvraag. Onderzoek wijst uit dat deelnemers door de trainingen niet zozeer minder blokkerend gedrag vertonen, maar wel meer faciliterend gedrag. Ook blijkt dat koppels, maar ook inter raters verschillend kunnen oordelen over wat geldt als een ‘barrier’ en wat als facilitator. Het doel van Better Conversations is bewustwording van gedrag en het toevoegen van nieuw, faciliterend gedrag aan het repertoire. In de workshop van Suzanne Beeke leren we facilitators en barriers te anayseren in video opnamen van conversaties met afasie. Belangrijke voorwaarde: een conversatie analist stelt de vraag ‘waarom?’ principieel niet en richt zich uitsluitend op het ‘wat.’ We zien onroerende gesprekken en pogingen daartoe door partners die samen te maken hebben met de afasie van een. Ook het stellen van die vreselijke testvraag komt veelal vanuit een goed hart. Opmerkelijk: vaak geven partners met afasie al snel bruikbare cues, maar die worden niet als zodanig opgemerkt door hun gesprekspartner. Na lange repair-sequenties cirkelen ze uiteindelijk terug naar de oorspronkelijke cue. Nu het referentiekader een scherper contour heeft wordt die dan wel herkend.

Luister hier naar Suzanne Beeke

Anders

In deze categorie deel ik de presentatie van Frank Zanow in, The future of mobile EEG and pervasive neurotechnology. Het bedrijf van Zanow, ANT Neuro in Enschede, maakt draagbare EEG-apparatuur waardoor het meten van verspreide hersenactiviteit allerlei nieuwe en belangrijke toepassingen kan krijgen, van neuro-feedback bij therapie via controle van bewegingsactiviteit tijdens het sporten tot, in de toekomst, het meten van de responsen van tv-kijkers op een bepaalde reclame. De publieke toegankelijkheid van het kijken in het brein roept serieuze ethische vragen op die een commerciële partij misschien minder geneigd is te stellen. Wat betekent het voor onze privacy als men de processen in ons brein in beeld brengt? Ik besef hoe goed dit vraagstuk is gewaarborgd in het domein van wetenschap en medische praktijk en hoe vrij we er daarom over kunnen spreken tijdens een congres als dit.

Op de laatste ochtend raak ik in gesprek met Francesca Meneghello. Als neuroloog en managing coördinator is zij de verbindende kracht tussen de wetenschappelijke en de therapeutische staf van het revalidatiecentrum San Camillo. Ze neemt me mee door dat grote en kale betonnen gebouw en laat me een wonder zien: de achtergelegen ‘therapeutische tuin,’ ontworpen door een landschapsarchitect in samenwerking met San Camillo’s specialisten en therapeuten en onderhouden door de patiënten van de afdeling neurorevalidatie. Ik vind de sensatie van deze plek moeilijk te beschrijven, maar het is er ongelofelijk mooi. De tuin is een metafoor voor het proces van ziekte en herstel. Een plaats voor zintuigelijke ervaring, actie en interactie in een ecologisch systeem dat draait om diversiteit en tolerantie. Waar vrucht draagt wat zorg en aandacht krijgt, maar waar planten soms ook gewoon ziek kunnen zijn en sterven. Je kunt er genieten of iets nieuws ontdekken.

Conclusie

Deze conferentie verbreedde de blik: van alleen afasie naar ook taalstoornissen bij andere hersenziekten; van een taalspecifieke naar een meer verspreide verwerking op basis van algemene cognitieve principes, van het perspectief van de neurolinguïst naar dat van de cognitivist en de conversatie analist. De deelnemers van SoA 2018 herkenden en onderstreepten het wetenschappelijk belang om vanuit hun verschillende disciplines en stijlen met elkaar samen te werken. Maar ook was merkbaar in de discussies dat voor een succesvol interdisciplinair gesprek eigenlijk een passend ‘discourse genre’ nodig is, met een gedeeld vocabulaire. Misschien zouden in de toekomst de deelnemende masterstudenten daarbij kunnen helpen. In gesprekken met hen viel mij op hoe open zij staan voor andere perspectieven en dat ze in hun denken en taalgebruik nog niet zo gedefinieerd zijn door een bepaalde specialisatie. Een ander idee komt van Franscesca Meneghello. Zij stelt voor om bij SoA 2019 een speciale bijeenkomst te houden voor de best aanzienlijke groep onderzoekers die ook logopedist zijn. Daarbij aansluitend wil ik alvast SoA 2019 in Rome (!) zeer aanbevelen aan alle Nederlandse logopedist-onderzoekers.

Tot slot wil ik de Stichting Afasie Nederland hartelijk bedanken voor het mede mogelijk maken van mijn deelname aan deze inspirerende week.

1 reactie

  • joost hurkmans

    Wat een mooi verslag: inhoudelijk goed beschreven maar vooral ook een vernieuwende vorm met beeldmateriaal en interviews! Heel erg bedankt Christine. Ik hoop dat het collega’s inspireert om ook eens naar dit leuke congres te gaan en zo’n fantastische terugkoppeling te maken voor AfasieNet!

Geef een reactie

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot