Week van de Afasie: 5-12 oktober 2019

Bekijk de activiteiten in de buurt

Verslag: International Aphasia Rehabilitation Conference (IARC)

Van 5-7 september jl. heeft de International Aphasia Rehabilitation Conference 2018 (IARC) plaatsgevonden in Aveiro, Portugal.

Sandra Wielaert doet verslag voor AfasieNet.

Algemeen

Er werden geen grote vernieuwingen gepresenteerd. De aandacht ging uit naar kritische reflectie op huidige praktijk, verbeteren en evidence zoeken voor wat we nu doen, qua diagnostiek en behandeling. Veel aandacht was er voor afasie als een cognitieve stoornis. Voor diagnostiek en behandeling van afasie relatief veel aandacht op activiteiten-/ participatieniveau en aandacht voor de omgeving. Binnen de gepresenteerde onderzoeken was er aandacht voor ‘therapy fidelity’, hiermee wordt de therapie trouwheid van de logopedist bedoeld: geven therapeuten dezelfde therapie aan alle patiënten in een onderzoek?

Belangrijke thema's

  1. Core Outcome Measures (niet nog meer testjes bedenken, streven naar meer eenheid  internationaal, opdat studies vergelijkbaar worden);
  2. Cognitie (vooral voor executieve functies);
  3. Discourse;
  4. Conversatiepartner training (zowel voor professionals als voor familieleden);
  5. Support groups en community.

1. CORE OUTCOME MEASURES

Vanuit de ICF: Dr. Travis Threats (USA), is vertegenwoordiger van de ASHA bij de WHO-ICF sinds 1999. Op termijn zullen ICD en ICF samengaan. Threats benadrukt de gemeenschappelijke problemen van mensen met communicatieproblemen bij neurogene aandoeningen en hoe we op dat niveau zouden kunnen meten (outcome measures). Ook is er een voorstel ingediend om communicatieproblemen in de ICD 11 op te nemen (communicatieproblemen worden nu alleen geclassificeerd binnen ICF als gevolg van een ziekte). Dit zou ook meer passen bij de definitie van gezondheid die de ICF hanteert. Met zijn ideeën wil hij juist meer aandacht vragen voor –de ernst van- communicatieproblemen, hoe ze heel veel functioneren beinvloeden en het belang van logopedische hulp daarbij.

Vanuit het ROMA project, (Research and Outcome Measures in Aphasia Project) rapporteerde Dr. Sarah Wallace (Australië). Meta analyses / systematic reviews geven steeds de enorme hoeveelheid meetinstrumenten dat wordt gebruikt aan, dit helpt niet bij het leveren van evidence. ROMA streeft naar een COS: een Core Outcome Set, die door –het liefst alle- afasie onderzoekers wereldwijd wordt gebruikt. Daarnaast kunnen studies gebruik maken van eigen metingen die passen bij de specifieke onderzoeksvraag.

Tot nu toe is besloten tot de volgende COS:

  1. Taal: WAB-R
  2. Welbevinden: General Health Questionnaire (GHQ-12)
  3. Kwaliteit van leven: SaQol-39
  4. Maat voor communicatie: de Scenariotest!

2. COGNITIE

Emeritus Prof. Chris Code (UK), (eveneens hoofdredacteur van Aphasiology) maakte in zijn keynote: ‘Aphasia is not a language disorder’ duidelijk hoe in de loop van de tijd de definities en opvattingen zijn veranderd over wat afasie is. Hij vroeg zich af of de heel specifieke, linguïstische definiëring van afasie ons verder had gebracht. Broca had het al over ‘verbal amnesia’ en zijn beroemde patiënt mr. Leborgne had eigenlijk wat wij nu spraakapraxie noemen. Wernicke sprak over ‘connections & processes for construction of language’ en niet over problemen in de oraal-auditieve elementen zelf (fonemen, woorden). Ook gezonde sprekers verspreken zich en hebben woordvindproblemen (McNeil et al, 2011), afasie is daar een ernstiger vorm van, met een belangrijke rol voor geheugen en aandacht, waarbij deze auteurs aandacht en geheugen als belangrijke processen bij de executieve functies (EF) zien.

Ook het werkgeheugen wordt als een centraal proces genoemd bij afasie, zoals bv. door Kuzmina & Weekes (2017, Aphasiology) en bv. Hagoort (2005), die problemen van personen met afasie van Broca ziet als een probleem in het vasthouden van informatie terwijl het ‘zinnen maken’ plaats vindt. Daarop zijn ook theorieën van de ‘minste moeite’ gebaseerd, zoals Kolk’s adaptatietheorie.

Voor degenen die meer willen lezen hierover verwees Code naar onder andere Frontiers in Psychology 2016; Klik op de namen in rood in het editorial artikel van Ansaldo & Enfield:
https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fpsyg.2016.00861/full
Frontiers heeft free access.

Natalie Gilmore (USA) onderzocht de relatie tussen taal en cognitie op basis van een semantisch gebaseerde benoemtherapie.

Haar 2 onderzoeksvragen waren:

  • Welke cognitieve vaardigheden voorspellen succes op semantische(benoem)therapie, het behoud ervan en de generalisatie ervan?
  •  Verbeteren cognitieve vaardigheden op basis van deze therapie?

N= 29 PMA kregen Semantic Feature Analysis therapie (Kiran & Bassetto, 2008), 2x per week, 12 weken lang.
De pre-treatment assessment data werden gereduceerd tot 3 factoren (middels principale component analyse): executieve functies; visueel korte termijn geheugen en verbaal korte termijn geheugen.
Voor elke 3 vragen (voorspelling van succes, behoud en generalisatie) werden 3 aparte, ‘backward stepwise’ regressie analyses uitgevoerd.

Resultaat: PMA met hogere pre-therapie executieve functie-scores, en verbale en visuele korte termijn geheugen scores hadden meer succesen beter behoudvan de therapie. Generalisatie werd alleen beïnvloed door verbale korte termijn geheugen problemen.
Er werd geen verbetering gevonden op de cognitieve taken na de SFA behandeling!

3. DISCOURSE

Lucy Dipper (UK) rapporteerde een N=1 in het kader van het LUNA project (Linguistic Underpinnings of Narrative in Aphasia). Dr. Dipper sprak ook eerder dit jaar in Nederland hierover bij de Aphasia Clinics in Rotterdam.

LUNA combineert een aantal belangrijke aspecten: discourse (‘vertellen’) wordt gebruikt in het dagelijks leven. De linguïstische onderbouwing in LUNA bestaat uit oefeningen op woord-, zins- en discourse niveau. De therapie start met een persoonlijk verhaal, waarbij identiteit en ‘zelf’ worden aangesproken.
Lynn, de PMA, volgde 8 weken therapie, met 1:1 sessies van 90 minuten -1x per week- en huiswerkopdrachten. De LUNA therapie op maat (taalprofiel, persoonlijk verhaal, therapiedoelen) bestond uit een combinatie van Semantic Feature Analysis, mapping theory en verhaalstructuur.
Er werd 4 x getest: double baseline, post-treatment en Follow Up (6 weken), met: behandelde eigen verhaal, niet behandelde Cinderella story, Communication Confidence Rating Scale for Aphasia en een Self-esteem Visueel Analoog schaal.
Lynn behaalde goede resultaten: meer detail, accuraatheid en coherentie in haar verhaal (40% meer werkwoorden; verbeterde predicaat-argumentstructuren; lokale coherentie en verhaalstructuur. Tevens verbeterden haar zelfvertrouwen en haar self-esteem.
Het zoeken naar een goede uitkomstmaat voor discourse therapie vergt echter nog de nodige aandacht.

City University London verstrekt regelmatig informatie over hun vorderingen in het LUNA project op hun website: https://www.city.ac.uk/news/2018/july/novel-personal-narrative-therapy-to-help-people-with-aphasia-tell-their-story

De LUNA therapie krijgt een Nederlandse pendant met LOVT; Linguïstisch Onderbouwde VertelTherapie. Het LOVT project vindt de komende 2 jaar plaats in Rijndam Revalidatie en wordt uitgevoerd door Jiska Wiegers, Nina Dammers en Sandra Wielaert in samenwerking met het afasieteam Rijndam.

Marcella Carragher (Australië) rapporteerde over haar bevindingen met het trainen van discourse via een virtual reality platform: EVA Park. Om een idee te krijgen van deze virtuele wereld ga dan naar https://evapark.city.ac.uk/?page_id=577

N=3 (2 in Australië en 1 in de UK) kregen 20 uur therapie binnen 5 weken. Elke sessie duurde 1 uur. 3 sessies per week waren met een logopedist. De logopedist werkte aan story planning, story sequence, selecting details en verbal output, via EVA park. Ten behoeve van de generalisatie vertelde de PMA bij een 4e sessie elke week het verhaal aan een vrijwilliger, die het verhaal niet kende.
Effect van de therapie werd gemeten middels 3 maten:

  • Aantal belangrijkste woorden bij een Mr. Bean clip;
  • Verhaal navertellen door geblindeerde beoordelaars;
  • Geblindeerde beoordelaars geven aan of het een ‘voor’ of ‘na-therapie’ verhaal was.

Er werd in deze studie verbetering gevonden op maat 1 (mr. Bean clip) voor de 2 Australische deelnemers. Over de andere 2 maten werd hier niet gerapporteerd.

Opmerkingen: het streven naar een maat die meer recht doet aan de complexiteit van de discourse en die een theoretische basis heeft, verdient meer aandacht (zie ook Dipper). Verdere uitdagingen van deze therapie lagen in de internet connectiviteit en vermoeidheid bij de deelnemers in de laatste week.

4. CONVERSATIE PARTNER TRAINING

Suzanne Beeke (UK) presenteerde een casus over de conversatiepartnertraining (CPT) van een man met Afasie van Wernicke en zijn vrouw. Beeke en collega’s werken met het programma Better Conversations in Aphasia, dat is gebaseerd op de SPPARC (waar ook de PACT op is gebaseerd).

Deze studie liet een specifiek, complex patroon zien, rond niet succesvolle zelfverbeteringen van de PMA. Hierbij doet de PMA pogingen om het woord goed te zeggen, bv. “peer, peer, eh peer, eh zappel, nee, niet zappel. Eh sinaasappel”
Daarbij zagen zij dat de conversatiepartner tussendoor ook pogingen deed om het woord te raden of te verbeteren, waardoor de conversatie helemaal spaak liep.
Beeke en collega’s concludeerde dat deze PMA met Wernicke afasie, die wel wat zelfverbeterpogingen deed en zich bewust toonde van zijn woordvindproblemen, een goed kandidaat was voor conversatie training, samen met zijn gesprekspartner.
Het Better Conversations in Aphasia programma staat op internet en is gratis toegankelijk. Je moet je wel registreren. https://www.ucl.ac.uk/betterconversations/aphasia

5. SUPPORT GROUPS EN COMMUNITY

De Amerikaanse Maura Silverman hield een gloedvol betoog voor “Communication Support Teams (CST)”.
Zij wilde meer voor haar cliënten dan het afbouwen van therapie richting huiswerk met de computer of een afasie-gerelateerd groepsprogramma. Met de CST methode neemt een logopedist de leiding in het opstellen van een sociaal netwerk rond de cliënt, om de PMA meer te betrekken bij diverse (sociale) activiteiten en mogelijkheden tot communiceren te creëren.
Hiertoe wordt een inventarisatie gemaakt met de PMA en diens systeem. Zij baseert haar werk op het ‘faith-based Care team Model’. Het trainen van conversatiepartners heeft een centrale plaats in haar werkwijze, waarbij de LG een coachende rol heeft. Veel communicatie binnen het netwerk verliep via Facebook. Voor meer informatie kijk op: https://www.aphasiaproject.org/about-us/our-story/

Sandra Wielaert / Rijndam afasieteam, Rotterdam

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie