Week van de Afasie: 5-12 oktober 2019

Bekijk de activiteiten in de buurt

Tekstberichten via de smartphone: hoe kun je dat trainen?

Deze maand heeft de werkgroep literatuur een onderzoek samengevat dat beschrijft hoe het gebruik van de smartphone bij het sturen en ontvangen van tekstberichten getraind kan worden.

Mira Fein, Chelsea Bayley, Kindle Rising & Pélagie M. Beeson (2019): A structured approach to train text messaging in an individual with aphasia, Aphasiology, DOI: 10.1080/02687038.2018.1562150 https://doi.org/10.1080/02687038.2018.1562150

Achtergrond

Het gebruik van de smartphone als communicatiemiddel, om een tekstbericht te lezen of te versturen, wordt steeds gewoner (Blumberg & Luke, 2014; Pew Research Center, 2012). Voor personen met afasie (PMA) is sociale interactie via tekstberichten echter niet langer vanzelfsprekend (Greig et al., 2008). Om een bericht op de smartphone te kunnen lezen, moet je deze immers kunnen begrijpen, in staat zijn om een antwoord te formuleren en de sensomotorische vaardigheden hebben om te kunnen navigeren, vervolgens de boodschap in te typen en te verzenden.

In eerder onderzoek zijn de specifieke moeilijkheden die PMA ervaren met het gebruik van de smartphone ook wel aangeduid als dystextia. De term verwijst naar de negatieve veranderingen in het kunnen sturen/ontvangen van tekstberichten door PMA.
Er is nog weinig onderzoek gedaan naar een behandelaanpak om de benodigde vaardigheden opnieuw aan te leren.
De huidige studie door M. Fein et al. (2019) betreft een ontwerp voor een gestructureerd behandelprotocol om deze vaardigheden te vergroten. De interventie kent een opbouw van het typen op woordniveau, naar het trainen van korte scripts, met als uiteindelijk doel om op conversatieniveau een tekstbericht te kunnen initiëren en te beantwoorden.

Methode

De therapieaanpak is getoetst bij een 73- jarige vrouw, BB. Na een CVA in de temporopariëtale gebieden links en klein infarct in superieure pariëtale lob rechts, is bij BB aanvankelijk sprake van een matig-ernstige afasie, waarbij het taalprofiel het meest overeenkwam met een anomische afasie. Naast woordvindingsproblemen was sprake van alexie/agrafie, een licht neglect en milde ledematenapraxie. BB start het trainingsprogramma van 32 sessies drie jaar post-onset, nadat zij uitgebreid is behandeld voor woordvinding, fonologie, lezen en schrijven.
Ze participeert in het onderzoek omdat ze haar vaardigheden in het ontvangen/versturen van tekstberichten wil verbeteren naar het oude niveau. Om de beginsituatie van de vaardigheden op de smartphone te bepalen, kreeg BB een dicteer-taak op woordniveau. Het kostte haar tenminste drie minuten om een woord correct in te typen. BB bleek moeite te hebben met het navigeren naar de berichtenapplicatie, vervolgens met het vinden van de juiste letters en tenslotte met het spellen van de woorden.

Opbouw van het trainingsprotocol kort samengevat:
Fase 1: Herkennen van functies op de smartphone, opschrijven en intypen van woorden. BB selecteerde 20 voor haar hoogvoorstelbare woorden van gemiddeld 5 letters per woord. Deze woorden werden geoefend in vier sets van vijf woorden. Volgens de werkwijze kreeg BB een afbeelding te zien en benoemde de onderzoeker het woord. BB herhaalde het doelwoord luidop en schreef vervolgens het woord driemaal op. Pas als BB de geselecteerde woorden uit het hoofd correct opschreef, typte ze het woord in op de smartphone. Dagelijks oefende BB zelfstandig 5-10 keer per dag de set woorden in beide modaliteiten. Na 12 wekelijkse sessies van een uur waren alle doelwoorden getraind.
Fase 2: Aanleren van vaardigheden in het sturen van een bericht en het geven van een reactie. BB oefende de vaardigheden aan de hand van 8 scripts van hoogvoorstelbare gespreksonderwerpen. Ieder script bestond uit 3-5 opmerkingen met een gemiddelde lengte van 10 woorden, gewisseld tussen zender en ontvanger. Na 4 weken had BB ieder script tijdens de behandeling samen met de therapeut geoefend. Daarnaast oefende BB dagelijks thuis de scripts nog drie keer per dag. (Vb. ‘What are you doing this weekend?’ I don’t know yet, what about you? ). Met ‘how to’ uitleg van de iconen op de smartphone werd het praktische gebruik van de telefoon bevorderd.

Fase 3: Trainen van het beantwoorden van tekstberichten die door de therapeut werden gezonden. Hierbij ging ook aandacht uit naar de passendheid van een antwoord binnen het gegeven gespreksonderwerp.

Resultaten en discussie

De lengte van een spontaan bericht bleef met een gemiddelde van ongeveer 5 woorden vergelijkbaar met de beginsituatie. Daarentegen nam de gemiddelde tijd om een bericht op te stellen en te versturen af van 9:49 minuten naar 2:43 minuten aan het eind van fase drie.
BB reageert op passender wijze op berichten, door adequater in te gaan op het gegeven gespreksonderwerp en weet bij complexere boodschappen te reageren op de deelonderwerpen.

BB was positief over de training. Ze bleef gemotiveerd en heeft de training als plezierig ervaren, ondanks de relatief lange behandelingsduur en de dagelijkse tijdsinvestering van 30 minuten voor het uitvoeren van huiswerk.
Uit de studie komt naar voren dat de getrainde vaardigheden na het beëindigen van de behandeling bij BB resulteerden in een functioneel gebruik van de smartphone en haar in staat stelde de geleerde basisvaardigheden te integreren in realistische dagelijkse interactie via smartphone. Uit heronderzoek een jaar later bleek dat BB de aangeleerde vaardigheden grotendeels had behouden en generaliseerde naar alledaags gebruik.

Het cumulatieve effect van de drie fasen in de behandeling markeerde de verbetering op zowel de efficiëntie van het typen als op een verbeterde communicatieve overdracht van het tekstbericht.
Bij BB verbeterde het handmatig schrijven in zowel accuraatheid als snelheid van schrijven. Onderzoekers zien hierin de meerwaarde van de opbouw in de training van handmatig schrijven naar het typen van tekstberichten.

Een kanttekening is dat de behandeling 22 weken duurde, wat in de praktijk mogelijk moeilijk haalbaar is. Volgens onderzoekers biedt het behandelprotocol een kader voor behandeling, maar gaat hieraan altijd een interventie vooraf, die gericht is op het verminderen van de onderliggende stoornis.

Conclusie

De door Fein et al. gerapporteerde onderzoeksresultaten verschaffen een bruikbaar kader voor verder onderzoek naar de invloed van een gestructureerde aanpak ter verbetering van het gebruik van de smartphone voor tekstberichten. De positieve uitkomsten in de beschreven casus geven een indicatie dat de gestructureerde benadering leidt tot een verbetering van de functionele vaardigheden om tekstberichten te sturen/ontvangen. Dit onderzoek benadrukt het belang van de behandeling van de onderliggende stoornis, die aan de behandelaanpak vooraf dient te gaan. Meer onderzoek is nodig om de positieve bevindingen te staven en de toepasbaarheid van het behandelprotocol in kaart te brengen.

Implicaties voor de praktijk

Op welke manier heb je aandacht voor vragen van PMA, die hun smartphone weer beter willen gebruiken om berichten te versturen? En op welk moment betrek je zijn/haar vraag in jouw behandeling?

dinsdag 28-05-2019

in categorie:

Geen reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie