Week van de Afasie: 5-12 oktober 2019

Bekijk de activiteiten in de buurt

Interview met Philine Berns in De Telegraaf

Op 14 maart 2016 heeft in de Telegraaf een interview met Philine Berns gestaan. Hieronder staat de volledige tekst van het interview.

Na een beroerte is er vaak sprake van afasie, een taalstoornis die de communicatie belemmert. Door afasie ontstaan problemen met spreken, lezen en schrijven. Vaak zijn er problemen met taalbegrip, vooral bij ingewikkelde zinnen. Herstel vindt vooral plaats in de eerste 3 tot 6 maanden na de beroerte. In die periode is veel logopedische therapie belangrijk. Logopedist Philine Berns: “Ik pleit voor een houding onder zorgprofessionals waarin goed willen communiceren met álle patiënten vanzelfsprekend is.”

Van de mensen die met een beroerte in het ziekenhuis belanden, ontwaakt gemiddeld een derde met afasie. “Dat is nogal wat,” zegt Philine Berns, logopedist/afasietherapeut en docent-onderzoeker aan Hogeschool Rotterdam. “Je wordt wakker en je ervaart dat je niet meer kunt zeggen wat je wílt zeggen. Je kunt niet meer bij de taal komen, je kunt domweg de woorden niet vinden. Het zit er in, maar het lijkt onmogelijk om het eruit te krijgen.”

Logopedisten oefenen met patiënten in bijvoorbeeld begrijpen, woordvinding, zinsbouw en lezen. Berns: “In veel ziekenhuizen worden logopedisten steeds vroeger ingeschakeld. Heel goed, omdat mensen met afasie en hun omgeving snel behoefte hebben aan voorlichting en informatie.

Maar er komen natuurlijk ook mensen aan je bed met eenvoudige vragen waar je nu de woorden niet meer voor hebt. ‘Hoe drinkt u uw koffie?’ Ik heb cliënten gehad die wekenlang koffie met suiker hebben gedronken, terwijl ze dat helemaal niet wilden. De persoon die hen hielp, had niet bedacht dat hij de vraag anders moest formuleren, dat het bij afasiepatiënten een ja/nee-vraag moet zijn. ‘Wilt u uw koffie zwart? Wilt u er suiker in?’ En ja, dat kost meer tijd.”

Logopedist Philine Berns: “Veel zorgprofessionals weten niet dat ze hun communicatie bij afasiepatiënten moeten aanpassen.”

Botst dat niet met de zorg waarin alles altijd sneller en efficiënter moet?

“Ik gebruik bij mijn studenten vaak de vergelijking met iemand in een rolstoel. Die ervaart fysieke obstakels: drempels, een trap. Voor iedereen is duidelijk dat die weg moeten, alles moet gelijkvloers. Voor afasiepatiënten is tijd de grootste drempel. Want inderdaad: alles moet snel in de zorg. Anderzijds weet ik niet zeker of dat nou écht de reden is dat mensen moeite hebben om goed met afasiepatiënten te communiceren. Veel mensen weten niet dat ze hun communicatie moeten aanpassen.”

Van zorgprofessionals mag je toch verwachten dat ze effectief met een afasiepatiënt kunnen communiceren?

“Dat valt erg tegen. Ze kennen de term, maar ze weten vaak niet precies wat het is, of hoe ze zich precies tegen over een afasiepatiënt moeten opstellen. Daar is onderzoek naar gedaan en dan stuit je op nogal wat klachten van patiënten. Een bekend probleem is de arts die in korte tijd iets heel ingewikkelds zegt, meestal ook nog eens tegen de partner van de patiënt. Dat moet anders. Erkennen dat de persoon om wie het gaat niet meteen begrijpt wat je zegt en niet meteen kan zeggen wat hij wil. In korte, duidelijke zinnen praten is dan het minste. Woorden opschrijven. Ja/nee-vragen stellen. Kortom: tijd geven.”

U zet in op een mentaliteitsverandering?

“Liever spreek ik over een andere houding onder zorgprofessionals, waarin het vanzelfsprekend is om goed te willen communiceren met álle patiënten. In opdracht van de beroepsvereniging van logopedisten NVLF is eind vorig jaar een nieuwe richtlijn gepresenteerd, die de kwaliteit van zorg voor mensen met afasie moet verbeteren. Een van de aanbevelingen heeft betrekking op de communicatie van zorgprofessionals met afasiepatiënten. In Canada is er een training voor zorgprofessionals ontwikkeld waarvan de positieve effecten wetenschappelijk zijn bewezen. Mensen die de training hebben gevolgd, kunnen beter communiceren met afasiepatiënten. Nu ligt er dus de aanbeveling dat die training ook gaat worden gebruikt in Nederlandse zorginstellingen met afasiepatiënten.”

Philine Berns: Zorgprofessionals zullen met een heel eerlijke blik naar zichzelf moeten kijken en zich afvragen: ‘Doe ik het goed zoals ik het nu doe?’”

Gaat dat ook gebeuren?

“Het is in elk geval nodig. Afasiepatiënten, dus mensen met beperkingen in communicatie, lijden onder het feit dat alles snel moet. Zeker in een zorginstelling moet de tijd voor hen worden genomen. De opdracht voor logopedisten is: coach zorgprofessionals en informeer ze volgens de nieuwe richtlijn. De opdracht voor de zorgprofessionals: weet hoe je goed moet communiceren met afasiepatiënten. Dat is niet makkelijk. Wat ik vaak hoor, is: ‘Dat doe ik al’ of ‘Ik praat toch al langzamer’. Maar heus, er kan zoveel meer. Zorgprofessionals zullen met een heel eerlijke blik naar zichzelf moeten kijken en zich afvragen: ‘Doe ik het goed zoals ik het nu doe?’”

zondag 20-03-2016

in categorie:

Geen reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie