Dynamisch weergegeven acties worden beter begrepen door PMA

De werkgroep literatuur heeft deze maand een artikel samengevat over een Nederlands onderzoek naar het begrijpen van statisch (op foto) en dynamisch (op video) weergegeven acties door personen met afasie.

Geerink L., Pross A., Brouwer de Koning J., Blankestijn-Wilmsen J., Damen I., Voorbraak-Timmerman V., Hurkmans J., Jonkers R. (2019). Het belang van een dynamische weergave van acties voor personen met afasie. Stem-, spraak- en taalpathologie (24), 41-69

https://doi.org/10.21827/5d10ee112fc91

Achtergrond

Personen met afasie (PMA) hebben vaak meer moeite met werkwoorden dan zelfstandige naamwoorden. Het begrijpen en/of produceren van werkwoorden kan gestoord zijn. Bij het gebruik van werkwoorden moet grammaticale en lexicale informatie meegenomen worden, zoals het aantal argumenten en de woordfrequentie. Hoe hoger het aantal argumenten, hoe moeizamer de productie. Ook voorstelbaarheid lijkt mee te spelen bij het oproepen en begrijpen van werkwoorden. Bij onderzoek naar werkwoorden wordt veel gebruik gemaakt van afbeeldingen. Acties zijn moeilijk weer te geven met statisch materiaal, zoals foto’s, in tegenstelling tot dynamisch materiaal, zoals video’s. Het gebruik van dynamisch materiaal kan leiden tot het beter benoemen en begrijpen van acties voor PMA. Bij een dynamische weergave wordt het kenmerk ‘beweging’ weergegeven, waardoor meer semantische informatie wordt gegeven.

In de huidige studie zijn drie experimenten uitgevoerd die zich hebben gericht op de prestaties van PMA op het benoemen en het begrijpen van statisch en dynamisch weergegeven acties.

Experiment 1: De invloed van statisch versus dynamisch aangeboden acties op de productie van werkwoorden op woord- en zinsniveau

Methode: 18 PMA met een woordvindstoornis en/of syntactische stoornis na een CVA werden geïncludeerd. De controlegroep bestond uit 16 niet-taalgestoorde personen. Een actie benoemtest werd bij beide groepen in twee condities (foto vs. video) afgenomen. De test bestond uit een onderdeel op woordniveau (N=20) en een onderdeel op zinsniveau (N=20) waarbij werkwoorden geproduceerd moesten worden.

Resultaten: De controlegroep haalde zeer hoge scores in beide condities en liet geen verschillen zien op zowel woord- als zinsniveau. De PMA presteerden significant beter op het benoemen van acties op woord- en zinsniveau, wanneer ze werden weergegeven met video’s in plaats van foto’s.

Discussie: PMA blijken baat te hebben bij het zien van korte filmfragmenten bij het produceren van werkwoorden op zowel woord- als op zinsniveau. Door het afbeelden van acties op een statische manier wordt er veel belangrijke informatie weggelaten, waardoor er meer gevraagd wordt van PMA in het herkennen en benoemen van deze acties.

Experiment 2: De invloed van statisch versus dynamisch aangeboden acties op de werkwoordproductie op woordniveau en de invloed van semantische categorieën

Methode: 13 PMA en een controlegroep van 15 personen werden geïncludeerd. Een actie benoemtest (N=57) op woordniveau werd bij beide groepen afgenomen in een statische en dynamische conditie. De items waren opgedeeld in drie semantische categorieën: ARM-, BEEN- en GEZICHT-gerelateerde acties.

Resultaten: De controlegroep haalde ook hier hoge scores in beide condities en verschilden niet significant. De PMA presteerden significant beter op het benoemen van acties in de video’s dan in de foto’s. Ook bleken PMA de ARM-gerelateerde acties significant beter te benoemen bij de video’s dan bij de foto’s. Bij de GEZICHT-gerelateerde en de BEEN-gerelateerde acties werd er geen verschil gevonden tussen de twee condities.

Discussie: Ook uit dit experiment bleek dat PMA significant beter presteerden op het benoemen van acties met behulp van video’s. Daarnaast bleek dat PMA beter presteerden op het benoemen van de ARM-gerelateerde acties als deze met video’s werden aangeboden in plaats van foto’s.

Experiment 3: Het begrip van statisch en dynamisch aangeboden acties op woord- en op zinsniveau en de invloed van semantische categorieën en afasietype

Methode: 17 PMA, waarvan 7 met een vloeiende en 10 met een niet-vloeiende afasie, en een controlegroep van 15 personen werden geïncludeerd. Een woordbegripstest (N=30) en een zinsbegripstest (N=30) werden bij beide groepen afgenomen in een statische en dynamische conditie. De items waren opgedeeld in BEEN-, ARM-, en GEZICHT-gerelateerde acties. Het experiment bestond uit een matchingtaak.

Resultaten: De controlegroep scoorde op plafondniveau in beide condities. De PMA scoorden op zowel de woord- als zinsbegripstaak significant beter bij de video’s dan bij de foto’s.

De PMA presteerden significant beter op de dynamische ARM- en BEEN-gerelateerde acties dan op de statische ARM- en BEEN-gerelateerde acties. Voor de GEZICHT-gerelateerde acties werd dit verschil niet gevonden. Zowel de vloeiend sprekende PMA als de niet-vloeiend sprekende PMA presteerden significant beter in de dynamische conditie dan in de statische conditie van de begripstaken.

Discussie: Het voordeel van de dynamische weergave van acties blijkt ook voor begripstaken aanwezig te zijn op zowel woord- als zinsniveau. Voor zover bekend werd dit nog niet eerder aangetoond voor het taalbegrip bij PMA. Dit onderzoek suggereert dat zowel vloeiende sprekers als niet-vloeiende sprekers een voordeel hebben van een dynamische weergave van acties met betrekking tot het begrijpen ervan. Specifiek het dynamisch aanbieden van ARM- en BEEN-gerelateerde acties verbetert het begrip in vergelijking met statische weergave.

Algemene discussie

Uit de resultaten van de experimenten blijkt dat PMA significant beter presteren op een actie benoemtest met video’s dan met foto’s, zowel bij de productietaken als de begripstaken en zowel op woord- als zinsniveau. Voor het werkwoordbegrip is aangetoond dat dit geldt voor personen met vloeiende en niet-vloeiende types van afasie.

Het feit dat de dynamische weergave het begrijpen van ARM- en BEEN-gerelateerde actiewerkwoorden en het benoemen van ARM-gerelateerde acties verbetert, kan worden verklaard doordat de motorische kenmerken van deze acties in die conditie beter en vollediger weergegeven worden.
Dat dit voor de GEZICHT-gerelateerde actie niet geldt, kan verklaard worden doordat deze minder expliciete motorische kenmerken hebben, zoals ‘gorgelen’ en ‘niezen’. De dynamische conditie biedt dan minder voordelen ten opzichte van de statische conditie van dit type acties.

Implicaties voor de praktijk

Het weergeven van werkwoorden met afbeeldingen of foto’s is niet volledig en semantische kenmerken ontbreken. Ben jij je ervan bewust dat het gebruik van foto’s de prestaties op benoem- en begripstaken van actiewerkwoorden negatief kan beïnvloeden? Gebruik jij video’s bij het diagnosticeren of behandelen van stoornissen op het gebied van werkwoorden?

Hadewig van Heuveln
Medeschrijver: Christa Docter-Kerkhof

Geef een antwoord

maandag 28-06-2021

in categorie:

Geen reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie