Blog van Hannelore: verkeerde woorden

Hannelore van der Velden is sinds 1999 werkzaam als logopedist en klinisch linguïst bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht. Zij werkt met mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Dagelijks werkt ze met personen met afasie. Elke maand schrijft zij een blog over haar ervaringen die ze graag met jullie zou willen delen. Deze maand schrijft Hannelore over versprekingen.

Verkeerde woorden

Afasie is niet grappig, zacht uitgedrukt. Als iemand zich niet (goed) kan uiten, loopt de frustratie soms hoog op. Met afasie wordt iemand in de kern, wezenlijk geraakt: uitdrukking geven aan de persoon die je bent, is moeilijker of lukt niet. Daarnaast wordt de basale behoefte om verbaal contact te maken en te communiceren ernstig beperkt. Er wordt tijdens de revalidatie dan ook veel gehuild. Uit frustratie, en uit verdriet om het verlies van het taalvermogen.

En toch…  er wordt ook veel gelachen in de behandelkamer. Als mensen met afasie de verkeerde woorden zeggen, levert dit soms grappige, mooie of ontroerende versprekingen of situaties op. Daarnaast geven versprekingen vaak een mooi inkijkje in de werking van taal in de hersenen. Bijvoorbeeld wanneer iemand het woord neushoorn wil zeggen, maar daarvoor een aantal pogingen nodig heeft: “Dat is een heu…nee…een noo… nee… een neushoorn.” Hieraan kan je horen dat iemand echt zit te puzzelen om de klanken in de goede volgorde te krijgen. Bij: “De man neust zijn snuit” geldt dat voor de volgorde van de woorden. Voor mij als behandelaar zijn dit aanwijzingen of diegene met afasie op het goede spoor zit, en kunnen ze dus ook waardevol zijn voor de behandeling.

Vaak lach ik niet om versprekingen, ook al zijn ze soms wél grappig. De frustratie om het niet kunnen vinden van de woorden staat dan te veel op de voorgrond. Ik moet bekennen: als ik niet lach om grappige versprekingen, kan ik er soms wel binnenpretjes om hebben. Of het inkijkje in de taal heel mooi vinden. Het is me een paar keer gebeurd dat een verspreking toch te veel op m’n lachspieren werkte en ik gelach niet kon onderdrukken. Ik heb daarvoor meer dan eens ‘sorry’ gezegd, omdat ik het ongepast vond.

Boekje

Maar vaak gebeurt het dat een revalidant zelf om de eigen verspreking lacht. En als de sfeer ontspannen is, of toch al lekker jolig, zoals dat wel eens het geval is in onze afasiemuziekgroep, wordt er juist veel gelachen bij de zoektocht naar de juiste woorden, gebaren of tekeningen. En ik denk dat die humor en relativering kunnen helpen bij de revalidatie. Soms schrijf ik de versprekingen of grappige situaties die ontstaan op. Ik heb hier een boekje voor in de werkkamer liggen.

Afasiemuziekgroep

In het boekje staat o.a. dat we in de afasiemuziekgroep ooit het lied ‘Een beetje verliefd’ van André Hazes met elkaar zongen. Het was een verzoekje van één van de groepsleden. Vaak komen bij bekende liedjes de juiste woorden als vanzelf, maar dit keer liep het anders:

  1. Muziektherapeut: ‘Een beetje…’
  2. Revalidant (uit volle borst): ‘Getrouhouwd..’

De revalidant had door dat het niet helemaal klopte. ‘Nee, het zit nog vóór het trouwen.’

Poging 2

  1. Muziektherapeut: ‘Een beetje…’
  2. Revalidant (weer uit volle borst): ‘Verloohoofd’

Weer had de revalidant door dat het niet helemaal klopte. ‘Nee, het zit er nog vóór.’

Poging 3

  1. Muziektherapeut: ‘Een beetje…’
  2. Revalidant (nu toch een beetje onzeker): ‘Vakantie?’

We hebben met elkaar tot tranen toe zitten lachen om deze situatie. De sfeer liet dat toe. Maar natúúrlijk grepen we deze gelegenheid ook aan om het woord verliefd met elkaar te vinden, in relatie tot de woorden die ermee te maken hebben: getrouwd, verloofd, verkering. We maakten er met de groep een mooi woordweb van, waarin ook het woord vakantie een plekje kreeg.

Versprekingen in gezegden

In mijn ‘boekje’ staan ook versprekingen in gezegden die mensen gebruiken:

  • “Ik ben aan het vechten tegen de beerput.”
  • “Nou ben ik helemáál de kluits weg.”
  • “Het luiden hoort naar de klok maar weet niet waar de lepel is.”
  • “Niet te veel complimentjes, hoor, anders ga ik verkeerd op m’n voeten lopen.”
  • En een boze revalidant van wie de therapie veel te laat begon, omdat ik erg uitliep: “Zo kan ik wel wachten tot ik een ton weeg!”

Ook bij gezonde sprekers komen deze versprekingen voor. Een collega met een véél te drukke dag, riep eens verhit uit: ‘ik loop hier alleen maar blusjes te branden!’.

Omschrijvingen

Het minst ongemakkelijk zijn natuurlijk de omschrijvingen die uiteindelijk wél leiden tot het goed overbrengen van de bedoeling. Dit vraagt een inspanning van twee kanten: degene met afasie is zich bewust van het woordvindingsprobleem, dus die geeft de luisteraar een omschrijving. Vervolgens is het aan de luisteraar om zo’n ‘cryptogrammetje’ op te lossen. Zullen we er tot slot een paar doen? (De ‘antwoorden’ staan onderaan.)

Cryptogrammetjes

  1. 1.     “IJswigwam”
  2. 2.     “Commissaris met twee bulten”
  3. 3.     Een meneer met slikproblemen zegt: “Mijn vrouw en ik hebben zaterdag en zondag een bewuste theedronk gehouden”.
  4. 4.     “Dwarsgitaar.”
  5. 5.     “Puntpaard” of  “paard met een staafje”.
  6. 6.     “De vorige eigenaar van mijn vrouw”.

Veel succes met luisteren en begrijpen!

Oplossingen

1.      Iglo
2.      Dromedaris
3.      Ik heb met thee geoefend/slikoefeningen gedaan.
4.      Viool
5.      Eenhoorn
6.      De ex van mijn vrouw

Geef een antwoord

maandag 10-05-2021

in categorie:

Geen reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie