Blog Hannelore: wat doen we met de kinderen

Hannelore van der Velden is sinds 1999 werkzaam als logopedist en klinisch linguïst bij De Hoogstraat Revalidatie in Utrecht. Zij werkt met mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Dagelijks werkt ze met personen met afasie. Elke maand schrijft zij een blog over haar ervaringen die ze graag met jullie zou willen delen. Deze maand schrijft Hannelore over ouders met afasie.

Wat doen we met de kinderen?

Het grootbrengen en opvoeden van mijn kinderen vind ik leuke én moeilijke taken. Zeker nu ze de puberleeftijd hebben bereikt. Mijn zoon van 16 en dochter van 13 zijn schatten, hoor, daar niet van. Maar ik zoek toch regelmatig naar de spreekwoordelijke rol behang (net als zij, vermoed ik). En hen wegwijs maken in de wereld vergt daarnaast veel praten praten praten en overtuigingskracht. Misschien vind ik het daarom wel zo ingewikkeld om afasierevalidanten en hun (jongere) kinderen goed te begeleiden. Of moet ik zeggen: níet-begeleiden? Want: is dat wel de taak van de logopedist? Of de taak van de ouders? Ongeacht de afasie? Veel vragen, en nog relatief weinig duidelijke antwoorden. Een afstudeerder aan de logopedie-opleiding van een hogeschool had er onlangs een scriptie over geschreven, en wat ouders over dit onderwerp geïnterviewd.

Ervaringen

Eén van de ervaringen was dat de jonge kinderen heel flexibel waren in het aanvaarden van de afasie van de ouder. Dat kon ik me eigenlijk ook wel voorstellen. Maar als volwassenen denken we toch ook aan wat een kind misschien wel ‘mist’ als een ouder afasie heeft. En aan eventuele gevolgen voor langere termijn. Want: kan je jouw rol als ouder (en opvoeder) vervullen als je afasie hebt, ook als kinderen groter worden? Ik ken ouders met afasie die gezinshulp krijgen. En die is soms meer dan welkom.

Een andere ervaring uit de scriptie was dat de niet-afatische ouder zélf de kinderen begeleidde in het omgaan met de afasie van de andere ouder. “Laat mij het maar aan de kinderen vertellen en voordoen.” Dat klonk als een heel logische oplossing. En dat zie ik vaak goed gaan. Maar wat nou als die niet-afatische ouder eigenlijk een zwaar overbelaste mantelzorger is?

Kindermeeloopmiddagen

Ik heb voor de ouderrol van mensen met afasie nooit een plan van aanpak. Ik probeer bij elke revalidant opnieuw te kijken wat er nodig is. Als het gaat om afasierevalidanten met jonge kinderen laat ik daarbij een flinke portie intuïtie toe.

Tijdens de kindermeeloopmiddagen in ons revalidatiecentrum doen we om te beginnen vooral leuke dingen. Kinderen mogen zwemmen met hun revaliderende ouder, en bij de logopedie worden spelletjes gedaan. Bij revalidanten met een ernstige afasie doen we bijvoorbeeld teken- en uitbeeldspelletjes. Dan maken we er een soort ‘90 seconds’ van, of Pictionary. En bij de ouders met een lichtere afasie spelen we bijvoorbeeld kwartet, of ‘Het verboden woord’. Net wat het gezin aankan. En ondertussen geven we spelenderwijs uitleg over afasie. En zo proberen we de therapie in eerste instantie zo luchtig mogelijk te houden, zolang ouders en kinderen (nog) niet echt een hulpvraag hebben.

Hulpvraag: voorlezen

Zo’n hulpvraag voor de ouderrol wordt soms pas duidelijk als de revalidant eenmaal weer thuis woont en in dagbehandeling is. Want dan gaan de gezinsroutines weer een rol spelen en merkt de ouder met afasie wat hij of zij mist voor het kind. Zo lukte het ‘Jantina’ sinds haar beroerte niet meer om haar dochtertje in de avond een verhaaltje voor te lezen. Het lezen ging door de beroerte sowieso minder vlot, en Jantina zelf was op kinderbedtijd meestal ook al hartstikke moe. Toen Jantina me vertelde dat ze dat voorlezen enorm miste nu ze weer thuis woonde, kwamen we op de ‘vraag achter de hulpvraag’, die zo vaak een rol speelt in de revalidatie. Want het bleek eigenlijk helemaal niet te gaan om het lezen zelf. Nee, het ging juist om het knusse momentje: na een drukke dag lekker tegen elkaar aankruipen om samen, in alle rust, van een verhaal te genieten. Jantina moest er dus eigenlijk niet aan denken om elke avond alleen maar ingespannen bezig zijn met het lezen zelf. Het moment van geborgenheid en aandacht voor haar dochtertje tijdens het voorlezen vond ze veel belangrijker dan het voorlezen zelf. En ze wilde daarom dat voorleesmoment óók voor zichzelf, om een stukje moederrol weer op te pakken. En om haar man iets uit handen te kunnen nemen. Samen bedachten we dat de oplossing daarom waarschijnlijk best eens in een luisterboek zou kunnen liggen, en niet in het ‘verbeteren van het lezen’. Die luisterboeken had Jantina’s man zo geregeld via de bieb. En vanaf dat moment luisterden Jantina en haar dochtertje elke avond een hoofdstuk van een boek, met een papieren boek op schoot voor de plaatjes, terwijl ze knus bij elkaar zaten en met volle teugen genoten.

Netwerk

Een kleine stap voor Jantina, een grote, waardevolle bijdrage voor het gezin! Maar toch… ouder zijn is meer dan voorlezen. Onvoorwaardelijk houden van haar dochter lukte Jantina heel goed. Maar er was nog altijd veel dat Jantina níet kon oppakken in haar moederrol. Dit onvermogen kwam vaak ter sprake bij maatschappelijk werk. En dan werd ook weer duidelijk hoe belangrijk haar man, familie, vrienden en buren waren voor Jantina en haar dochtertje. Hulp bij het kinderfeestje, naar paardrijles brengen, van school halen als Jantina naar een ziekenhuisafspraak moest, …  It takes a village to raise a child: om een kind groot te brengen heb je een ‘heel dorp’ nodig, oftewel een heel netwerk. En hopelijk woont er in dat ‘dorp’ dan ook een afasietherapeut die een beetje meedenkt, als dat nodig is.

Geef een antwoord

maandag 18-07-2022

in categorie:

Geen reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Webshop

  • Bestel online voorlichting, spel- en oefenmaterialen, de Afasie Nieuwslezer, Top! 2Games, Top! Woordvinding en meer.

    Webshop

Als deelnemer heb je toegang tot

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie