Over afasie

Afasie is bij iedereen anders. Ieder persoon met afasie ervaart de afasie ook anders. Bij afasie zijn er problemen met het begrijpen en produceren van taal. Taal heb je nodig om te communiceren.

Je gebruikt taal:

  • Om te praten met anderen;
  • Om de krant te lezen;
  • Om tv te kijken;
  • Om op de computer te werken;
  • Op nog veel andere momenten.

Wat merk je van afasie?

Problemen in het begrijpen van taal:

  • Je begrijpt niet goed wat de ander tegen je zegt;
  • Je begrijpt niet wat je leest.

Problemen in het produceren van taal:

  • Je kunt niet zeggen wat je wilt;
  • Je kunt het juiste woord niet vinden;
  • Je kunt niet opschrijven wat je bedoelt.
Praten in een rumoerige omgeving is vaak lastig

Praten in een rumoerige omgeving is vaak lastig

Afasie in het dagelijks leven

Mensen met afasie kunnen problemen hebben met veel dingen, die vroeger, vóór de afasie, heel gewoon waren:

  • Het noemen van hun eigen naam of de namen van hun familieleden;
  • Het voeren van een gesprek;
  • Praten in gezelschap of in een rumoerige omgeving;
  • Het lezen van een boek, de krant of een tijdschrift of de borden langs de weg;
  • Het begrijpen of vertellen van moppen;
  • Televisie– of radioprogramma’s volgen;
  • Het schrijven van een brief of het invullen van een formulier;
  • Telefoneren.

Spontaan herstel

Bijna altijd is er na het ontstaan van de afasie eerst wat spontaan herstel van de taal. Zelden of nooit is dat herstel volledig. Toch is er met veel oefenen, telkens weer proberen en volhouden vaak nog verbetering te krijgen.

De logopedist gaat samen met u kijken naar wat lukt en kan

De logopedist gaat samen met u kijken naar wat lukt en kan

Logopedie

De logopedist gaat samen met u kijken naar wat lukt en kan. De logopedist beoordeelt ook wat de mogelijkheden zijn om gemakkelijker te communiceren. Zij zal na dit onderzoek een voorstel voor behandeling met u bespreken.

In de behandeling staat het weer kunnen communiceren centraal.

9552730034_b9bea33e13_k_818x785_acf_cropped

Video over afasie


Met dank aan Merlien Warde en haar projectgroep, Hope for the Future